Naar de inhoud
Zeven MeterMagazine over handbal, van de spelregels tot de competitie

Spelregels

De posities op het veld

Zeven spelers, vier soorten taken. De indeling verklaart waarom een aanval van links naar rechts golft voordat er geschoten wordt.

Aanvallende handbalploeg opgesteld in een boog rond het doelgebied met de cirkelloper tussen twee verdedigers voor het doel

Een handbalteam zet zeven spelers op het veld, en elk van hen heeft een vaste plek: de keeper, de hoekspelers, de opbouwers en de cirkelloper. Samen dekken ze het hele veld van veertig bij twintig meter, en de verdeling van de taken volgt rechtstreeks uit de lijnen die op dat veld getekend zijn. Wie de lijnen begrijpt, begrijpt de posities.

Waarom de zes meterlijn alles bepaalt

Het doelgebied wordt begrensd door de 6-meterlijn. Dat is geen cosmetische streep, maar de rand van een gebied waar veldspelers niet zomaar mogen komen. Elke aanval speelt zich dus af rond een zone die verdedigd moet worden op afstand, en elke positie in het veld is een antwoord op dat ene gegeven. Drie meter daarvoor, op negen meter van het doel, loopt de vrijeworplijn. Wie de aanval bekijkt, ziet daarom meestal een boog van spelers: ver buiten de zes meter, dicht bij of achter de negen meter, met één speler die juist helemaal vooraan opereert.

Tussen die twee lijnen in ligt nog een derde markering: op zeven meter van de doellijn de één meter lange strafworplijn, die alleen bij een strafworp gebruikt wordt. De doelopening zelf is drie meter breed en twee meter hoog. Dat krappe doel, afgeschermd door de zes meterzone, verklaart waarom een aanval van links naar rechts golft voordat er geschoten wordt: de verdediging moet eerst uit elkaar getrokken worden.

Wat doet de keeper?

De keeper is de enige speler met een vaste plek in en rond het doelgebied, voor de opening van drie bij twee meter. De zes meterlijn markeert zijn domein. In de aanval is hij vaak de speler die een uitworp of herstart neemt; in de verdediging is hij de laatste linie tegen worpen die door de boog van verdedigers heen komen. Op het veld telt een team zeven spelers, waaronder dus altijd precies één keeper, met daarnaast zeven wisselspelers op de bank. Keepers worden net als veldspelers vrijwel onbeperkt gewisseld, wat in een sport met veel snelheid en weinig rusttijd een rol speelt bij het opvangen van druk.

Wie staan op de hoeken?

Aan de uiterste linker- en rechterkant van de aanval staan de hoekspelers. Hun plek volgt uit de vorm van het speelveld: het doel staat in het midden van de achterlijn, en de hoeken zijn de posities vanwaar de scherpe hoeken op de goal ontstaan. In de golgende aanval zijn zij de spelers die van hun flank afkomen als de bal juist aan de andere kant dreigt te worden afgemaakt. In de verdediging sluiten zij de buitenkant af, tegenover de hoekspelers van de tegenstander. Omdat zij ver van het midden spelen, is hun taak vooral een kwestie van timing: op het juiste moment inschuiven of de flank open laten.

Wat is de rol van de opbouwers?

Rond het midden van de aanval werken de opbouwers. Zij verdelen de bal over de flanken en zoeken de gaten in een verdediging die op of net achter de zes meterlijn staat opgesteld. De spelregels beperken wat een speler met de bal mag: drie passen, daarna stuiten of afspelen, en met twee handen aan de bal hooguit drie seconden. Die regels dwingen de opbouw tot tempo. Wie de bal te lang vasthoudt, verliest hem; wie hem op tijd afspeelt, houdt de verdediging in beweging. De negen meterlijn fungeert daarbij als meetlat: van daaruit wordt een vrije worp genomen, en van daaruit worden veel worpen op het doel voorbereid. Meer over die regels staat bij de basisregels van het spel.

De cirkelloper, tussen twee verdedigers

De cirkelloper is de speler die vlak voor het doelgebied speelt, tussen de verdedigers in. Zijn plek is de smalste van het hele veld: hij beweegt langs de zes meterlijn, waar veldspelers niet in mogen stappen, en leeft van ballen die door de verdediging heen komen. Bij een uit de opbouw gespeelde bal is hij vaak het eindpunt van de aanval. In de verdediging neemt hij net als de andere veldspelers een plek rond het doelgebied in, dicht tegen de lijn die niemand mag overschrijden. Zijn positie bestaat bij de gratie van die lijn: zonder de zes meterzone zou er geen reden zijn om een speler permanent tussen de verdedigers te parkeren.

Hoe past de indeling bij kinderen?

De vaste posities zijn typisch voor het zaalhandbal met zeven spelers per kant. Bij de jongste jeugdcategorieën, van de H van vijf- en zesjarigen tot en met de D van elf- en twaalfjarigen, wordt op kleinere velden en in kleinere teams gespeeld. De bond noemt als reden dat kinderen zo vaker aan de bal komen en meer dribbelen, schieten en samenspelen. In die kleinere vormen bestaat de taakverdeling van het grote veld nog niet of nauwelijks: een kind leert eerst de bal en het doel kennen, en pas later de plek die bij een positie hoort. De opbouw van die categorieën loopt via leeftijdscategorieën die de bond per leeftijdgroep vastlegt, en vanaf 1970 wordt ook op het veld met zeven spelers gespeeld, zodat de indeling daar dezelfde is.

Eén veld, vier soorten taken

PositiePlek op het veldHoofdtaak
KeeperIn en rond het doelgebiedHet doel verdedigen en herstarts nemen
HoekspelersUiterste linker- en rechterflankScherpe worpen en flanken dichtzetten
OpbouwersRond het midden, bij de negen meterBal verdelen en de aanval dirigeren
CirkelloperVlak voor de zes meterlijnTussen verdedigers bal aannemen

De tabel vat samen wat het veld al vertelt: vier soorten taken, verdeeld over zes veldspelers en één keeper. De posities zijn niet ouder dan het spel zelf, maar wel verbonden aan de lijnen die het hedendaagse handbal kenmerken. Wanneer de spelregels van de bond wijzigen, en dat gebeurt regelmatig, kan de vraag opnieuw gesteld worden of de taakverdeling meebeweegt. Voorlopig is de boog rond de zes meterlijn de vorm waarin elke aanval zich ontvouwt, van de jeugd tot de hoogste afdelingen.